Je vriend als gids

Gedachten over vriendschap

In onderstaand fragment blikt Augustinus als volwassene terug op enkele
vriendschappen uit zijn jeugd. Hij verwoordt daarin enkele mooie kenmerken
ervan. Toch vond hij in zulke vriendschappen niet zijn uiteindelijke ideaal.
De passage dateert van kort na het jaar 397.

1. Vrienden onder elkaar

Er waren ook dingen die me in mijn vrienden heel veel goed
deden: samen praten en samen lachen, hartelijk met elkaar
omgaan, samen een goed boek lezen, samen schertsen en
serieus zijn, het soms met elkaar oneens zijn zonder haat, alsof
je het oneens was met jezelf, en met dat zeldzame verschil van
mening die eensgezindheid van altijd kruiden, aan elkaar en van
elkaar iets leren, uitkijken naar de terugkomst van wie afwezig
is en blij zijn als hij er weer is; met deze en andere soortgelijke
tekenen vanuit het hart van mensen die elkaar graag mogen, en
met wat je zegt met je mond, je spraak, je ogen en duizend andere
lieve gebaren alsof je zielen door vuur laat samensmelten en
van vele één maakt.
Dat hebben wij lief in onze vrienden en wel op zo’n
manier dat ons geweten er ons een verwijt van maakt als wij
genegenheid niet met genegenheid beantwoorden, zonder echter
iets van hen te verwachten dan een teken van welwillendheid.
Daarom hebben we ook zoveel verdriet als een vriend sterft.
Vandaar ook het donkere verdriet van ons hart, als zoetheid
omslaat in bitterheid. Vandaar het sterven van de levenden om
het verloren leven van wie sterven. Gelukkig daarom wie U,
Heer, bemint en zijn vriend in U, en zijn vijand omwille van U.
Alleen wie van iedereen houdt in Hem die wij nooit verliezen,
verliest nooit een dierbare. En wie anders is dat dan onze God,
de God die hemel en aarde gemaakt heeft (Ps 146,6) en ze vervult
die ze schept door ze te vervullen? (Jr 23,24) Niemand verliest U,
behalve wie zelf bij U weggaat. En als hij bij U weggaat, waar
kan hij dan naar toe gaan? Waarheen anders kan hij vluchten
dan van een welwillende God naar een boze God? Want waar
zal hij uw wet niet tegenkomen, in zijn straf? Uw wet is waarheid
(Ps 119,42) en de waarheid bent U (Joh 14,6).
(Confessiones 4,13-14)

Het volgende fragment is afkomstig uit een brief van Augustinus aan Hieronymus.
Zij correspondeerden met elkaar over enkele moeilijke bijbelkwesties.
Door vertraging in de postbezorging ontstonden bij Hieronymus enkele
misverstanden. Augustinus spant zich in om deze uit de weg te ruimen en de
goede verhoudingen te herstellen. De brief dateert van het jaar 404.

2. De waarde van een trouwe vriend

Wij kennen elkaar minder goed dan wij gekend worden door
hen met wie wij het meest samenzijn en vertrouwelijk omgaan.
Aan hun genegenheid geef ik, ik erken het, mij zonder
voorbehoud geheel over, vooral omdat ik vermoeid ben door
de intriges van de wereld. In hun genegenheid kom ik zonder
zorgen tot rust, want ik voel dat daar God aanwezig is aan wie
ik mij onbezorgd overgeef en bij wie ik onbezorgd tot rust kom.
In die zorgenvrije omstandigheid voel ik in het geheel geen angst
voor die onzekere dag van morgen van de zwakke menselijke
natuur, waarover ik hiervoor klaagde. Want wanneer ik voel dat
iemand brandt van christelijke liefde en hij daardoor een trouwe
vriend is geworden, dan vertrouw ik alles wat ik aan plannen en
gedachten van mij met hem deel niet toe aan een mens, maar
aan God in wie hij blijft en door wie hij zo is. Want God is liefde.
En wie in de liefde blijft, blijft in God en God in hem (1 Joh 4,16).
(Epistula 73,10 = Hieronymus’ Epistula 110,10)

3. Je vriend als ontvoerder

4. Vriendschap: een levensvoorwaarde

5. God als vriend

6. Huilen om een vriend

7. Je leven geven voor je vrienden

8. De afstand als hindernis voor vriendschappelijk leven?

9. Je vriend als gids

10. Een goede vriend is de helft van je ziel.

Verantwoording

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *