Met het volgende fragment maakt Augustinus gelovigen op een verrassende
manier gevoelig voor de aanwezigheid van Gods koninkrijk.
Je kent heel goed de diepste roerselen van mijn hart, Nebridius.
Toch besef je misschien nog niet genoeg hoe ik ernaar verlang
te genieten van je aanwezigheid. God zal me die weldaad
ongetwijfeld wel weer eens verlenen.
Ik heb je eerlijke en oprechte brief gelezen waarin je klaagt
over je eenzaamheid, en dat je op het ogenblik het gezelschap
moet ontberen van al je vrienden, met wie je anders zoveel
aangename uren zou kunnen doorbrengen. Wat kan ik je in dit
verband anders aanraden dan terug te keren naar jezelf en je ziel
zoveel mogelijk tot de Heer te verheffen?
(Epistula 9,1)
