Als je vast …

Gedachten voor de 40-dagentijd

In dit fragment wijst Augustinus er op dat het bij het vasten niet gaat om wat je wel of niet zou mogen eten. Het gaat er om dat je probeert je lichamelijke behoeften te matigen, zodat aan armen kan worden rechtgedaan.

Loop niet achter uw begeerten aan

Er zijn mensen die wel vasten, maar dan meer om redenen van culinaire dan van religieuze aard. Zij zijn meer uit op nieuwe lekkernijen dan dat ze hun oude begeerten bedwingen. Zij sloven zich uit om bestaande variaties en smaken te overtreffen door overvloedig gebruik te maken van kostbare ingrediënten, diverse soorten fruit en de meest uiteenlopende soorten groente. Ze zijn als de dood voor pannen waarin vlees is klaargemaakt: die zouden onrein zijn. Maar ze zijn niet bang voor hun eigen onreinheid, de gulzigheid van hun mond en hun maag. Ja hoor, ze vasten! Niet om hun gewone vraatzucht door matiging te minderen, maar om hun ongebreidelde eetlust door verandering van spijs aan te wakkeren. Want wanneer het etenstijd is, stormen ze op de rijkelijk voorziene tafels af als vee op de ruif. Er zijn teveel gerechten om op te noemen. Zij overladen hun maag ermee en ze proppen zich vol. Met een keur aan verfijnde, exotische sauzen prikkelen ze hun gulzigheid die anders door de enorme overvloed zou worden bedwongen. Om kort te gaan, ze nemen zoveel tot zich door te eten, dat ze niet in staat zijn het weer te verteren door te vasten.

Er zijn ook mensen die op die manier geen wijn drinken.
Dat geeft hun de gelegenheid om andere vruchten uit te persen en dus andere drankjes uit te proberen; niet voor hun gezondheid, maar voor de lekkere smaak. Alsof de veertigdaagse vasten er niet is om je toe te leggen op vrome nederigheid, maar om van de gelegenheid gebruik te maken nieuwe genoegens te smaken. Want als uw zwakke maag geen water kan verdragen, is het toch veel fatsoenlijker om uzelf op de been te houden met een beetje gewone wijn, dan om op zoek te gaan naar wijnsoorten die het bestaan van de druif niet kennen en de druivenpers niet hebben gezien – en dat dan niet om een gezondere drank uit te kunnen zoeken, maar om een eenvoudige te kunnen afslaan! Wat is er nu absurder in een tijd waarin wij het vlees strenger moeten bedwingen, dan om het vlees zoveel lekkere dingen te bezorgen dat de beluste maag niet naar het voorbijgaan van de vasten taalt? In dagen van nederigheid, wanneer wij allen het leven van de armen moeten nadoen, is het toch volstrekt ongepast om zo te leven? Als zij de hele tijd zo leven, volstaat het vermogen van de rijken nauwelijks om het te bekostigen! Pas daarvoor op, mijn geliefden. Denk aan wat er geschreven staat: ‘Loop niet achter uw begeerten aan’ (Sir 18,30). Als u die heilzame regel altijd al moet naleven, dan nu, in deze dagen, al helemaal! Wanneer onze begeerte zich in deze dagen vrijelijk zou kunnen richten op ongebruikelijke verlokkingen, is dat schande. Terecht wordt iemand gelaakt die niet eens in deze dagen de gebruikelijke verlokkingen kan beteugelen.

Denk vooral aan de armen. Berg wat u zichzelf door soberder te leven ontzegt, in de hemelse schatkamer op. Laat Christus die honger lijdt, krijgen, wat de christen die vast, minder krijgt. Laat de tuchtiging van degene die vrijwillig vast, degene die niets heeft tot steun zijn. Laat de vrijwillige ontbering van de rijke de broodnodige voorraad voor de arme worden. (Sermo 210,10-12)

Copyright Augustijnse Beweging, Utrecht
Uit de brochurereeks Augustinus aan het woord.
Als je vast … Gedachten voor de 40-dagentijd

Verantwoortding
De afbeelding op de voorkant is afkomstig van het Laatste Avondmaal van Dirc Bouts (1410-1475) in de Sint-Pieterskerk in Leuven; op dit onderdeel krijgt de profeet Elia water en brood door een engel aangereikt (1 K 19,7).

Het fragment uit de sermo 210 is afkomstig uit Joost van Neer, Paul Wammes, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar, Aurelius Augustinus – Als licht in het hart: preken voor het liturgisch jaar, Baarn 1996