Augustinus de zielzorger

Frits van der Meer
Augustinus de zielzorger

Een studie over de praktijk van een kerkvader
(Monografieën over de christelijke cultuur)

Uitgeverij KokBoekencentrum, 2008 (4e druk)

Al in 1947 ontsloot Frits van de Meer, kunsthistoricus, theoloog en filoloog op een even beeldende als ongeëvenaarde wijze de wereld waarin Augustinus als pastor, predikant, catecheet en liturg werkzaam was. Hij leidde Augustinus’ drijfveren en pastorale bewogenheid af uit diens minder besproken werken, preken vooral. Archeologische inzichten, zijn gevoel voor de oudchristelijke liturgie en voor Augustinus ‘eigenaardig tintelend Latijn’ lagen ten grondslag aan een tijdloos en van genialiteit getuigende beeld van Augustinus. Dankzij het werk van Frits van der Meer ontmoeten we Augustinus, een bewogen herder, die, gedoteerd met wetenschap en wijsheid, uitzonderlijk wendbaar zijn gelovigen ontvankelijk wil maken voor het mysterie van de nederige Christus en de onuitsprekelijke God, die granditer, niet eens gedacht kan worden. Augustinus de Zielzorger kende vier drukken. Drie edities verschenen er in het Duits en één in het Frans, Engels, Spaans en Italiaans.

Dit boek geeft een uitvoerig beeld van de veertig jaar dat Augustinus in de kerk heeft gewerkt, eerst als jonge monnik, daarna als priester en ten slotte als bisschop. Van der Meer schetst het portret van een geniaal mens in de pastorale praktijk van eind vierde, begin vijfde eeuw. Hij doet dit in het spoor van het doen en laten van deze kerkvader, met name in preken en liturgie. Daarin komt ook Augustinus’ kritische standpunt rond volksdevoties naar voren. Aan de hand van diens vele brieven en preken, en van geschriften van vrienden en tijdgenoten, krijgt de lezer niet alleen een beeld van de mens Augustinus, maar ook van het leven van alledag in die tijd.

Oude wereld en christelijke kerk
Augustinus is de schrijver van het intiemste, aangrijpendste, maar ook meest nerveuze boek van de gehele Oudheid. Het was de tegenstelling met al het oude, die Augustinus meer dan zijn tijdgenoten voortdurend overwoog. Als eerste in de geschiedenis verstond hij de historische tegenstelling van oude wereld en christelijke kerk. Als niemand anders voelde hij: straks zijn alle verhoudingen omgekeerd; alles in die oude wereld was slechts van betrekkelijke waarde; de absolute waarden liggen bij de kerk. Hij hing met heel zijn hart aan het oude Rijk, maar deed niet aan folklore.

Voor recensie in Open Vensters nr. 33: OV33 2008