Aan Simplicianus

Aurelius Augustinus
De diuersis quaestionibus ad Simplicianum

Aan Simplicianus

Vertaald door Izak Wisse
en ingeleid door Paul van Geest.
Uitgeverij Klement, Zoetermeer 2013
150 p.; hardback
isbn 978 90 8687 108 7

UITVERKOCHT

In dit geschrift reageert Augustinus in 396 op een brief van zijn oude vriend en geestelijk leidsman in Milaan, Simplicianus (320-401). Die zal daar een jaar later Ambrosius als bisschop opvolgen. Simplicianus had na lezing van Paulus’ brief aan de Romeinen enkele kwesties voorgelegd over genade en uitverkiezing. Een van de meest prangende vragen daarbij was: hoe valt het te begrijpen, laat staan te rechtvaardigen, dat God al tevoren, vóór ieder menselijk doen en laten, de ene mens tot eeuwig heil en de andere tot eeuwig onheil heeft voorbestemd? Is dat niet louter willekeur?

              De manier waarop Augustinus het onderwerp belicht en uitwerkt is vlijmscherp en heeft een reikwijdte die haar weerga niet kent in het tijdvak van de vroege kerk. Vijftien jaar vóór het begin van zijn controverse met Pelagius heeft Augustinus met dit geschrift zijn kerkelijk aanvaarde leer over genade en vrije wil in hoofdlijnen al geschetst.