In antwoord op uw vragen

Aurelius Augustinus
Epistulae 54-55

In antwoord op uw vragen:
brieven aan Januarius.


Vertaald door Ben Bongers, Joost van Neer, Martijn Schrama O.S.A. en Anke Tigchelaar.
Uitgeverij Damon; Budel / Eindhoven 2009
174 p.; hardcover; (Latijn / Nederlands)
isbn 978 90 5573 930 1

Pasen – het feest valt op zijn vroegst op 22 maart en op zijn laatst op 25 april, altijd op zondag. Zo gaat het al bijna zeventien eeuwen lang, als we rekenen vanaf het moment dat de paasdatum officieel werd vastgelegd. In onze tijd weten we niet beter.

            Rond het jaar 400 ontvangt Augustinus een brief van ene Januarius. Die vroeg hoe het nu komt dat Pasen anders dan Kerstmis elk jaar op een andere datum wordt gevierd. Zijn brief is niet meer bewaard, maar de uitvoerige reacties van Augustinus gelukkig wel. Daarmee kunnen we de vragen en problemen van Januarius aardig reconstrueren. Augustinus verdeelt zijn reacties over twee brieven. En daaruit valt op te maken dat Januarius zich nogal bezorgd maakte over het feit dat zon, maan en joodse sabbat zijn betrokken bij de vaststelling van de christelijke paasdatum.

            Januarius maakte in zijn brief aan Augustinus ook van de gelegenheid gebruik om bij de bisschop van Hippo Regius aandacht te vragen voor allerlei verschillende liturgische praktijken en gewoonten. Het ging daarbij vooral om verschillen tussen allerlei vastenpraktijken en verschillen in de viering van Witte Donderdag. Ten slotte legde Januarius aan Augustinus enkele kwesties voor over gebruiken die buiten de liturgische praktijk om her en der zijn ingevoerd.

            Augustinus neemt in zijn beantwoording een duidelijk en tevens mild standpunt in. Schrift en traditie zijn bepalend voor liturgische praktijken. Het bestaan van verschillen kan beter worden geaccepteerd dan dat men er een twistpunt van maakt. Bij elke verandering dient men zich wel af te vragen of het christelijk leven ermee gediend is.

            In beide brieven komt de behandeling van het paasmysterie uitvoerig aan de orde: deze vult driekwart van epistula 55, terwijl van epistula 54 ongeveer de helft wordt besteed aan de viering op Witte Donderdag. In epistula 54 gaat het dan met name over de vraag wanneer op die dag eucharistie kan worden gevierd en hoe het dan moet met het vasten. In epistula 55 wordt de aandacht van de lezer onder andere gevestigd op Augustinus’ pastorale pogingen om verwijzingen naar Pasen te ontlenen aan de ons omringende zichtbare wereld.

            Beide brieven bieden een prachtig zicht op vroegkerkelijk pastoraat en zijn daarom van belang voor ieder die als professional of vrijwilliger betrokken is bij de organisatie van de christelijke eredienst in het algemeen en van het paasfeest in het bijzonder.

            Voor meer informatie en bestelling: damon.nl =>

In antwoord op uw vragen, in samenwerking met het Augustijns Instituut.