6. Gefeliciteerd met je verjaardag?

Uit een preek die is gehouden in Carthago in het jaar 411. Augustinus spiegelt
de veertig dagen vóór Pasen met die erna. Soms is het leven zo beroerd dat
mensen lijken te verlangen naar de dood, todat ze ziek worden
.

Het is zoals de profeet David zegt: “Wie is de mens die het leven
bemint en goede dagen wil genieten?” (Ps 34,13) In kwade dagen
verlangen we namelijk meer naar de dood dan naar het leven. We
kunnen toch met eigen oren horen en met eigen ogen zien dat
mensen zolang ze nood en gebrek te verduren hebben, zolang ze
in onmin leven en ziek zijn, en zolang ze zien dat ze het moeilijk
hebben, niets anders zeggen dan: “Stuur de dood naar me toe, God,
bespoedig mijn dagen.” Maar bij de eerste symptomen van een
ziekte stuiven ze alle kanten op, halen er dokters bij en beloven hun
geld en geschenken. Maar de dood zegt tegen hen: “Kijk, daar ben
ik dan. Een tijdje terug heb je de Heer om mij gevraagd. Waarom wil
je me dan nu ontvluchten? Ik kan niet anders concluderen dan dat je
niet eerlijk bent en eigenlijk gewoon van het ellendige leven houdt.”
Over de dagen die we nu beleven, zegt de apostel Paulus echter:
“Gebruik uw tijd goed, want de dagen zijn slecht.” (Ef 5,16) Zijn de
dagen die we in dit verdorven vlees doorbrengen soms niet slecht?
We gaan toch gebukt onder de loodzware last van een vergankelijk
lichaam (W 9,15), te midden van vreselijke beproevingen, te midden
van enorme moeilijkheden, waar alleen maar bedriegelijk genot
bestaat, waar je nooit zeker kunt zijn van vreugde, waar folterende
angst heerst, onverzadigbare begeerte en brandend verdriet? Ziet
u hoe slecht deze dagen zijn? En toch wil niemand dat er een einde
komt aan deze slechte dagen. En daarom vragen de mensen God
met aandrang dat ze lang mogen blijven leven. Maar wat is lang
leven nu anders dan één langdurige foltering? Wat is lang leven nu
anders dan één lange aaneenrijging van slechte dagen?
Zolang kinderen opgroeien, denken ze dat ze er dagen bijkrijgen.
Maar wat ze niet weten, is dat er eigenlijk dagen vanafgaan.
Kinderen rekenen zich rijk. Want hoewel ze zelf nog in de groei zijn,
gaan er eerder dagen vanaf dan dat er dagen bijkomen. Stel dat een
pasgeboren baby een levensverwachting heeft van laten we zeggen
tachtig jaar. Elke dag van zijn leven gaat van die tachtig jaar af. En
dan feliciteren die kortzichtige mensen elkaar ook nog met iedere
verjaardag, zowel die van henzelf als die van hun kinderen. Wat
heb jíj een vooruitziende blik! Als de wijn in je kelder opraakt ben je
somber, maar als je dagen opraken ben je blij!
De dagen zijn dus slecht. En omdat we er zo aan hangen, worden
ze nog slechter. Deze wereld lacht ons zo toe dat niemand wil dat er
een eind komt aan dit leven vol zorgen. Maar het ware en gelukkige
leven is wanneer we zullen verrijzen en samen met Christus zullen
heersen. Ook de goddelozen zullen natuurlijk verrijzen, maar die
zullen naar het eeuwige vuur gaan (Mt 25,41). Er is dus maar één
leven en dat is het gelukkige leven. En het gelukkige leven kan
alleen maar eeuwig zijn, een leven waar goede dagen zijn, nee, niet
veel dagen, maar slechts één dag. We gebruiken het woord dagen
omdat wij dat in dit leven zo gewend zijn. Maar die ene dag kent
geen morgen en geen avond. Na die dag komt er geen morgen,
want er was ook geen gisteren. Die dag, of dagen, en dat leven,
het ware leven, ligt voor ons in het verschiet. Het is dus loon naar
werk. Want als we het loon graag hebben, mogen we in het werk niet
tekortschieten. En dan zullen we voor eeuwig heersen samen met
Christus.
(uit: Sermo 84,1-2)