Gemeenschappelijk leven

Gemeenschappelijk leven is binnen de augustijnse traditie een norm. Het volgen van Christus ligt volgens Augustinus altijd in het model van de gemeenschap. Als christenen volgen we Christus niet in ons eentje maar als gemeenschap.

Gemeenschap is: de liefde tot God en de naaste intens beleven; heel concreet aan elkaar beleven alles wat er aan relatie tussen mensen bestaat. Dus: deelhebben aan elkaars geloof, hoop, affectie, gevoelens, gedachten, activiteiten, verantwoordelijkheden, tekortkomingen, fouten, zonden.

Gemeenschap veronderstelt een zekere openheid, de wil erbij te horen, een gevoelen van aanvaard en bemoedigd te worden, zelf gevoelig te zijn voor anderen en de wens te koestern bij hen tegenwoordig te zijn. De plaatselijke gemeenschap is voor ieder de omgeving waar de meest onmiddelljke eisen aan jou worden gesteld.

Er zijn verschillende typen gemeenschappen, bijvoorbeeld studiegemeenschappen, werkgemeenschappen etc. Maar de augustijnse gemeenschap heeft geen doel buiten de gemeenschap zelf. De gemeenschap heeft een zin in zichzelf. Zij is geen middel om een doel te bereiken, want God en mensen zijn geen middelen. Als je van de gemeenschap een nuttigheidsinstelling maakt, gaat dat dwars tegen de spiritualiteit van Augustinus in. Gemeenschap in optimale vorm is een leven in liefde, nederigheid, vriendschap, mededeelzaamheid en gesprek, harmonie en eensgezindheid.

Uit: Charisma: Gemeenschap als plaats voor de Heer, door T.J. van Bavel OSA,
uitgegeven door het Augustijns Historisch Instituut, Heverlee (B), 2000.